Connect with us:     

Anders dan Anders

Het is slechts een BCC-tje

Bij de huisarts wees ik op mijn wang. Naar een rood vlekje, in de vorm van een kleine oneffenheid waar ik al een paar maanden last van had. ‘Volgens mij is het eczeem,’ zei ik hoopvol. Het vlekje bleef hardnekkig aanwezig, ook na het smeren van allerlei zalfjes die ik nog in de badkamerkast bleek te hebben. Mijn man had mij in de richting van de huisarts geduwd. Ik moest de struisvogel in mij loslaten en naar de waarheid op zoek gaan. Voordat ik naar de huisarts ging, had ik uiteraard allerlei sites over huidziekten bestudeerd. Het leek mij een overduidelijk geval van eczeem. Aan een andere mogelijkheid dacht ik liever niet. Dat traject had ik in een vroegere levensfase doorlopen en daar zat nog ik nog steeds van na te trillen. De huisarts, een jonge vrouw in het bezit van een levenslustige schoonheid, het haar deels frivool losjes opgestoken, schudde haar hoofd. Nee, eczeem was het zeker niet. Die zalfjes deden met reden dus niets. Ze keek beter. ‘Ah, ik zie het al, het is een BCC-tje,’ meldde ze verheugd alsof ze blij was dat deze patiënt het haar niet moeilijk maakte. Nu ken ik BCC als een winkelketen waar je vrijwel alles met een stekker kunt krijgen, maar daar had ze het natuurlijk niet over. BCC ken ik ook als of de mogelijkheid om in mijn uitbox een afschrift van een email die eigenlijk voor een ander bedoeld is, te sturen. De oorspronkelijke ontvanger weet niet dat ik die email verstuur. Ik vind dat laatste altijd een beetje stiekem gedoe en gebruik die optie zelden. Maar dat was hier natuurlijk ook niet aan de orde. Er was niets stiekems aan: het vlekje was als een uitroepteken aanwezig. ‘Een BCC-tje?’ vroeg ik timide. Ze vulde de afkorting in. ‘Het is een Basaal Cel Carcinoom.’ Ze merkte mijn onrust. Haar hand wapperde die weg. Dat BCC-tje zou met stikstof in de kiem gesmoord kunnen worden. Lukte dat niet, dan zou ik de gang naar de dermatoloog moeten doorlopen. Die zou dat BCC-tje wel in een nanoseconde wel wegpellen.

Dat ''tje', daar heb ik nu mijn hoop op gevestigd.



Read more

Stille helden

Op het Schotse eiland Skye wordt de naam Flora MacDonald met ontzag uitgesproken. Knap voor iemand die zo lang geleden, in 1746, een heldendaad heeft verricht. Het is inderdaad een bijzonder verhaal. Flora was een jonge vrouw van vierentwintig, toen ze op de Outer Hebriden - het eiland Uist - door kapitein O’Neill werd benaderd of zij Prins Charles Edward Stuart wilde helpen om te ontsnappen. Deze kleinzoon van de naar Frankrijk verbannen koning James van Schotland en Engeland, had net een vergeefse poging ondernomen om de troon weer in handen te krijgen. Een dramatische, onbezonnen poging die duizenden Schotten het leven heeft gekost bij de slag om Culloden, niet ver van Inverness. Bonnie Prince Charlie, zoals hij in de volksmond werd genoemd, was al twee maanden op de vlucht voor de Engelsen. Die hadden maar liefst een beloning van £30.000 uitgeloofd aan degene die kon aangeven waar hij zich bevond. Natuurlijk was Flora op de hoogte van de vlucht van de Prins. Toen ze tot haar verrassing werd geconfronteerd met de bijzondere, maar ook gevaarlijke vraag om hem daarbij te helpen, heeft ze uiteraard geaarzeld, maar uiteindelijk stemde ze toe. Het plan was om Prins Charles in vrouwenkleren te steken en hem als Ierse spinster onder de naam Betty Burke, samen met Flora MacDonald naar Skye te laten reizen, vergezeld ook door zijn trouwe volgeling Neil MacEachen en enkele roeiers. In een klein roeibootje vertrokken ze in de nacht van 22 juni 1746 van de Hebriden. De Prins wilde nog een pistool onder zijn rokken verstoppen, maar Flora was onverbiddelijk voor haar ‘dienstmeisje’. Het was een woelige nacht en de roeiers werden na vele uren zo moe, dat ze het roeien staakten. Het bootje werd de volgende ochtend met de stroom meegevoerd naar Waternish, een klein schiereiland in het noorden van Skye. Hun kreten van geluk werden snel gesmoord door de kogels van het Engelse leger. De roeiers vonden opeens weer de kracht om over open zee verder te roeien. In het begin van de avond bereikten zij uiteindelijk Trotternish, het meest noordelijke schiereiland van Skye. Door de bemiddeling van Flora MacDonald kon de prins uiteindelijk via Skye naar Frankrijk ontsnappen, waar hij verder een ‘rijk’ leven leidde, om nooit meer naar Schotland terug te keren. Niet alleen dat, hij liet ook nooit meer iets van zich horen, ook geen dankbetuiging aan Flora, in wat voor vorm dan ook, hoewel haar altruïstische aanbod haar wel in de gevangenis (The Tower) van Londen deed belanden, waar ze acht maanden heeft vastgezeten.

Na haar vrijlating heeft ze een bewogen leven geleid. Ze trouwde met Alan MacDonald met wie ze zeven kinderen kreeg, waarvan de oudste Charles werd genoemd.... Het (boeren)gezin emigreerde in 1774 naar de Verenigde Staten (North Carolina) waar haar man enkele jaren later – aan de kant van de Engelsen, sic! – meevocht in de Onafhankelijkheidsoorlog. Tijdens deze oorlog is hij maar liefst veertien maanden gevangen gehouden. Ondertussen werd Flora uit hun boerderij gezet, die voor haar ogen werd geplunderd waarna zij berooid met haar kinderen achterbleef. Na vele omzwervingen keerde het echtpaar in de herfst van hun leven terug naar naar Trotternish, in het noorden van Skye, niet ver van de plek waar Flora tientallen jaren ervoor met Prins Charles aan wal was gekomen. Op vier maart 1790 is Flora MacDonald overleden. Haar begrafenis werd door duizenden ‘Highlanders’ bijgewoond, een kilometers lange rij. Nog steeds wordt haar naam met ontzag uitgesproken. Of dat ook voor Bonnie Prince Charlie geldt, is de vraag.

Read more