JUDY LOHMAN
VAN HARTE WELKOM
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN

Maremma: het onbekende Toscane
Maremma: het onbekende Toscane



In 2008 hebben we een reis van vijf maanden met de Greeni door Italië gemaakt. Ons doel was op zoek te gaan naar het Italië dat nog niet door toeristen is ontdekt en in contact te komen met ‘echte Italianen’. Mirco, een landbouwkundig ingenieur die we in het bomvolle Pisa hadden ontmoet, gaf ons de tip om naar Saturnia, het zuiden van Toscane te gaan. We maken het ons altijd extra moeilijk door campings te mijden en te zoeken naar vrije kampeerplaatsen in de natuur of nog liever, met toestemming op het erf van een boer te belanden. 
 
Na anderhalf uur wijzen we enigszins wanhopig op een smalle strada bianca; de laatste die we in deze omgeving nog kunnen proberen. Na twee kilometer over dit smalle weggetje rijdt de Greenix over een hoge heuvelrug door een klein gehucht. Tussen de bomen langs de kant van de weg vangen we een glimp op van een boerderij met een paar grote schuren. Naast de eerste schuur is een plateau, een uitstekende plek, maar tja wel erg particulier. Aan de andere kant van het weggetje ligt een tweede boerderij en iets verderop staat nog een huis. We zijn het vlekje binnen een tel voorbij en dalen de heuvel weer af. Gelijktijdig besluiten we te stoppen en het tóch te proberen. We stappen uit en lopen aarzelend terug naar de boerderij met de schuren. Hoe zouden we het in moeten kleden? Is het niet brutaal? Louisa, vlakbij Pisa, waren we toevallig tegengekomen en bood het zelf aan. Maar hier? We hebben het in Italië nog nooit eerder aangedurfd om een overnachtingsplaats bij particulieren te vragen en oefenen vast enkele openingszinnen:
‘Zoudt u het niet leuk vinden om buitenlandse gasten te hebben?’
Of:
‘Wij zijn geïnteresseerd in andere culturen en willen graag in contact komen met echte Italianen. Zouden we hier kunnen kamperen?’

Wat een onzin. Natuurlijk heeft niemand zin in ons. Wat halen we ons ook in het hoofd? Zullen we maar rechtsomkeert maken? De nederlaag erkennen en op zoek gaan naar een camping? Bij de boerderij scharrelt een man rond, een zestiger; één arm rust op een met velours beklede blauwe doos. Hij loopt direct op ons af, zodra wij ook maar één teen op zijn erf zetten.  Buona sera,’ zegt hij en vraagt vervolgens vriendelijk: ‘sparito?’ Bent u de weg kwij? We vertellen dat we een rondreis maken en dat we op zoek zijn naar het onbekende Italië.
Hij lacht en antwoordt:
‘Onbekend is het hier zeker. Er is hier nog nooit een toerist langsgereden. Jullie zijn de eerste die ik hier in zestig jaar heb gezien.’
Hij merkt dat wij iets willen, maar het niet goed onder woorden kunnen brengen. Willen we water, iets te eten misschien? ‘Che cosa,’ wat is er toch? Ongerust bestudeert hij ons, twee hakkelende toeristen. We zuchten en stellen uiteindelijk dé vraag maar zonder omwegen:
            'Mogen we misschien enkele nachten op uw erf staan?'
Hij glimlacht en schudt zijn hoofd. We begrijpen het en maken aanstalten om afscheid te nemen.
            'Aspetta, wacht, dát moet ik aan mijn vrouw vragen,' en wijst naar zijn huis, een massief donkergeel vierkant met een buitentrap naar de ingang op de eerste verdieping. De schoongeboende trap staat vol met op elke tree een bloeiende geranium.
            'Ada,' roept de man naar boven. Op de eerste verdieping wordt binnen een seconde een raam geopend en een kleine blonde vrouw van midden vijftig verschijnt in de opening. Hij wijst op ons, vertelt haar wie we zijn en dat we een plek voor vannacht zoeken.
            'Of misschien enkele,' mompelen we. De man draait zich om en herhaalt ons gelispel. De vrouw inspecteert ons vanuit haar hoge positie. We hebben ons nog nooit zo gewogen gevoeld. We proberen er betrouwbaar uit te zien, maar ogen ongetwijfeld verreisd en gekreukeld. Hongerig ook, want de lunch is erbij ingeschoten. Onze ogen spellen het woordje: ‘Help.’
Ze glimlacht om het hoopje ellende dat op haar stoep staat en antwoordt dan met een kordate armzwaai:
            'Va bene, solo per una notte.' Goed, maar voor een nacht.
Het is niet veel wat er uit deze onderhandeling is gekomen, één nacht, maar beter iets dan niets. We kunnen vlakbij hun huis staan, zegt de man die zich voorstelt als Pietro. Dan hoeven we niet zo ver te lopen als we water willen gebruiken, en hij wijst op de buitenkraan. De score op onze wensenlijst wordt met de minuut hoger.
            'Eh, is het ook mogelijk...' We wijzen naar de buitenste schuur met het plateau.
De man wacht een moment voordat hij verbaasd antwoordt:
‘Natuurlijk, maar dan staan jullie wel erg ver weg van het huis en misschien is de ondergrond wat zacht na de regen.’
Ada is ondertussen ook naar beneden gekomen en schudt ons de hand. Ze heeft een kleine, eeltige hand in een gekromde werkstand. We lopen met zijn vieren langs de schuren. Pietro wijst en vertelt, Ada beaamt en vult aan. Soms lacht ze, en als ze lacht, lijkt ze op een  jong meisje. Ze komt nauwelijks tot onze schouders met haar één meter zestig. Daar hebben de mestkoeien gestaan, de tweede schuur staat nog vol met machines en de derde, de laatste, was voor het melkvee, maar deze is nu voor de helft gevuld met ronde hooibalen.
Pietro is twee jaar geleden gestopt met de veehouderij, maar houdt nog landbouwactiviteiten aan. Vijfendertig hectare aan landbouwgrond heeft hij en wijst trots op de rollende graanvelden. De ondergrond van het grasveldje passeert de test. Met zijn vieren bewonderen we het adembenemende uitzicht op de glooiende zachtgroene heuvels met olijfbomen en cipressen, en daar verderop, Pietro wijst, inderdaad het uitzicht op het plaatsje Saturnia. Het stijgt sprookjesachtig op tussen de heuvels. Het is een plek om de grond te kussen.
 
Zodra we ons geïnstalleerd hebben, klinkt er een bescheiden klopje. Het zijn Pietro en Ada, onze gastheer en gastvrouw die op ons verzoek langskomen. Pietro heeft een plastic tas bij zich die hij met een glimlach omhooghoudt.
            'Per la cena,' voor het diner, legt hij uit. De zak zit barstensvol met carciofi violetti, paarskleurige artisjokken uit hun eigen tuin. We bedanken hen uitbundig voor hun gastvrijheid en schenken ze ondertussen een glas wijn in. Het voelt goed bij deze mensen, ze stralen rust en oprechtheid uit. We weten niet hoe dankbaar we moeten zijn en buitelen over elkaar heen met superlatieven. Hoe bijzonder wij het vinden dat zij zo hartelijk zijn voor deze twee aangespoelde Olandesi; dat we verrukt zijn van het uitzicht op de heuvels. We wisten niet dat Toscane zo lieflijk was...
Pietro onderbreekt onze ratelende dankwoorden en corrigeert ons rustig:
            'Jullie zijn in Maremma, het onbekende deel van Toscane.’
Uiteindelijk hebben we vier weken (!) bij Pietro en Ada op hun erf gestaan en zijn we geheel opgenomen in hun familie en de kleine buurtgemeenschap. We zijn door Ada ingewijd in het maken van pasta, meegenomen naar uitjes en stedentripjes en de familie & buren wilden ons met grote tegenzin pas verder laten trekken. Het zacht glooiende gebied Maremma is een onbekend pareltje dat wij met pijn in ons hart achter ons hebben gelaten, niet op de laatste plaats door het baden in het open bad Saturnia, ons uitzicht en de hartverwarmende Italianen. Dat het grote avontuur in Abruzzo verborgen lag, daar hadden we toen nog geen idee van.
 
Gezichtsbedrog in Casarabonela (Zuid Spanje)
Een mobile home in Cambodja
Bonnie Prince Charlie
Poezen mee op reis
Maremma: het onbekende Toscane
Het Lourdes van Italiƫ
Yorkshire horseracing
De Kees van Dongen van Zweden
Bolsena een bloemenwonder in Lazio (Italiƫ)
De Quintana (De Marken)
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN