JUDY LOHMAN
VAN HARTE WELKOM
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN

Poezen mee op reis



 
 
‘Wat? Nemen jullie ze mee!?’ Die vraag wordt ons regelmatig gesteld als we vertellen dat we onze twee katten, Thaise Sealpoints, mee op reis nemen. Dit type Siamees wordt in ons land opnieuw gefokt en verwarrend genoeg Thai genoemd, verwijzend naar Thailand, het moderne Siam. Het zijn dieren met een buitengewoon sterke wil en zeer gericht op mensen. Ze worden ook wel de honden onder de katten genoemd. Lopen aan een lijn? Geen probleem. Apporteren? Je zegt het maar. Eenzame opsluiting? We breken de tent af. Wat gebeurt er echter als opeens in Italië een beestje ziek wordt en volgens ons dreigt te sterven. Gebeurt dat echt of maken wij ons onsterfelijk belachelijk?
 
Moe van het bezoek aan Tarquinia (Maremma, Italië) openen we de deur van de Greenix. We verwachten een enthousiast welkom door de Siamezen, maar alleen het mannetje, Scato, komt na enkele minuten naar ons toelopen. Gapend. Ongerust gluren we in hun nachtverblijf, de cabine, en ontdekken een mottige Guapa op een oude wollen trui. Een vaatdoekje. Slechts één ooglid tilt ze op en verder geeft ze geen kik. Geen behoeftes, geen bevelen. Met grote letters staat er in het ballonnetje boven haar kopje theatraal geschreven: 'Ik ga dood, zien jullie dat dan niet?!'
Als Guapa overlijdt, gaan we meteen terug naar huis, besluiten we impulsief. Ze heeft overgegeven. Als inspecteurs bestuderen we wat er op de krant voor de voedselbak ligt. 'Het is vast de Sheba,' proberen we elkaar gerust te stellen.  Er zit niets anders op dan te gaan slapen, in de hoop dat het de volgende dag weer beter met het beestje gaat.
De volgende ochtend is er echter weinig verandering. Om het kwartier controleren we de patiënt. 'Ze heeft nu beide ogen open,' constateren we na twee uur en proberen haar te laten eten. De oude Guapa zou het bakje binnen vijf minuten hebben weggewerkt, nu trekt ze walgend haar kopje opzij, weg van het voedsel.
            'Drinken dan?' We bevochtigen onze vingers en houden die beurtelings voor haar bekje. Met nog meer walging keert ze zich van ons af. Zelfs geen mannelijke vinger kan haar meer bekoren. Paniek boort zich een weg naar onze gedachten. Flitsten van vroeger, het kleintje dat nog in een koffiekopje paste…
            'Pietro, kom we vragen hém om raad.'
Met Guapa als vaatdoekje en ultiem bewijs van haar naderende dood in onze armen lopen we naar Pietro's huis. Ada doet open en nodigt ons binnen. Deze keer verliezen we, zonder dat we dat erg vinden, de onderhandelingen en houden onze schoenen aan. Ada heeft geen verstand van katten en bestudeert het beestje, maar vooral óns met verwondering. Zoveel drukte om een kat? Die zijn er toch om muizen te vangen? En als ze dood gaan, dan koop je toch een nieuwe? Maar Ada is de beroerdste niet. Als de nood zo hoog is wil ze best hun veearts bellen, die ook spreekuur houdt in het stadje Manciano, ruim een uur rijden op de brommer. In rap Italiaans legt ze het probleem uit. Zo nu en dan werpt ze een blik op ons vaatdoekje dat nog steeds mottig en theatraal in onze armen hangt, maar wel nieuwsgierig om zich heenkijkt in de voor haar nieuwe omgeving. Om vijf uur kunnen we er terecht. Vijf uur pas? Het is niet anders. De patiënt wordt weer in haar mand gelegd en om de tijd te doden gaan wij maar eens een bezoekje aan de buren brengen, Marcillio en Maria. Die zijn altijd in voor een praatje.
 
De boerderij van Marcillio en Maria is de tegenpool van die van Pietro en Ada. Hier heerst georganiseerde chaos. Het erf maakt een gezellige indruk met rondfladderende kippen, een stuk of vijf katten en één hond, een goeiige lobbes, die we nog nooit hebben horen blaffen. Doorgaans sloft hij achter Marcillio aan, met de tred van een vermoeide man aan het eind van zijn carrière, zijn hoofd gebogen. Midden op het erf staat een grote natuurstenen tafel waar steevast rubberen handschoenen opliggen naast een emmer met groente, alsof iemand er plotseling genoeg van kreeg en een kop koffie ging drinken. Verderop schuifelen en snuiven de koeien in de open stal, trappelend in hun eigen mest. Het zijn er een stuk of twintig, die elke dag twee keer door Marcillio met veel geduld worden gemolken. Achter de stallen liggen uitgestrekte graanakkers en een uitgebreide groentetuin, met veel artisjokken. Een eigen stuwmeertje zorgt voor hun watervoorziening in geval van droogte.
            Maria scharrelt rond op het erf op royale groene rubberen laarzen. Haar verwassen blauwrood gebloemde jurk spant om haar mollige figuur. Een oermoeder die ons het liefst elke dag aan de borst zou drukken. Haar gezicht klaart op zodra ze ons in het vizier krijgt:
            'Ah, gli Olandesi, caffè?' Ze stroopt haar rubberen handschoenen als een tweede huid af, gooit ze achteloos op de stenen werkbank en beent vast vooruit, met stevige passen over de stenen trap. Ook op haar trap bloeien vrolijke geraniums, alleen zijn de potten een mengeling van soorten en maten; tussendoor staan ook diverse potten met kruiden. Het is gezellig in dit buurtje, zo met zijn allen. We voelen ons hier helemaal thuis en zien nu al op tegen het vertrek. Ook Maria, die zou ons het liefst de hele zomer onder handbereik hebben.
‘Nooit gebeurt er hier wat,’ bekende ze eergisteren tegen ons. ‘Jullie zorgen voor afleiding, jullie zijn hier een sensatie.’ Zo hebben we het zelf nog nooit bekeken, wij als een rondrijdend circus, zorgend voor de broodnodige verstrooiing. Brood en Spelen verzorgd door de Olandesi. De act van vandaag is: de Olandesi met een zieke kat. Maria lepelt met zichtbaar ongeduld de woorden uit onze mond, druk gebarend om ons in een hogere versnelling te zetten. Ze schatert als ze het verhaal hoort en vooral om onze krijtwitte, beteuterde gezichten.
            'Neem er maar eentje van mij mee,' zegt ze en wijst op een rode dikke opgekrulde kat, die met zijn poot over zijn kop op een keukenstoel ligt en met zijn dikke lijf de hele zitting bedekt. Het is een boerderijkater van het type dertien in een dozijn, maar onmiskenbaar kerngezond; en nietsontziend. Maria vindt ons verhaal onbetaalbaar, vooral na onze mededeling dat we er ook nog mee naar een dierenarts willen, naar haar eigen veearts notabene.
            'Jullie gaan ermee naar onze veearts? Helemaal in Manciano? Op de Vespa? Jullie zijn gek.' Ze doet het bijna in haar broek bij de gedachte aan die twee sentimentele Olandesi met een poes in een grote mand op de Vespa, scheurend over de bochtige binnenweggetjes, op zoek naar een veearts. Nadat ze haar tranen heeft weggeveegd staat ze kordaat op, nog nahikkend van de lach:
            'Kom, laat mij maar eens naar die zieke kat van jullie kijken.' Ze murmelt nog iets over onnodige geldverspilling aan een veearts en stiefelt de trap weer af, richting rubberen laarzen. Wij volgen haar grote stappen gedwee. In de Greenix heeft een Italiaans wonder plaatsgevonden, zoals dat alleen in Italië kan gebeuren. Het vaatdoekje loopt. Guapa loopt onderzoekend op ons af met haar staart in een vragende krul. Ze spint. Maria neemt Guapa in haar armen en betast het neusje. Ze mompelt ‘vochtig’, schudt een moment later haar hoofd en orakelt: 'Die kat van jullie heeft een hagedis gegeten. Ze zal minimaal zeven dagen niets eten, maar verder is ze kerngezond.’ Een rode blos vlamt over onze wangen.
Opeens herinneren we ons iets…

 
 
Gezichtsbedrog in Casarabonela (Zuid Spanje)
Een mobile home in Cambodja
Bonnie Prince Charlie
Poezen mee op reis
Maremma: het onbekende Toscane
Het Lourdes van Italiƫ
Yorkshire horseracing
De Kees van Dongen van Zweden
Bolsena een bloemenwonder in Lazio (Italiƫ)
De Quintana (De Marken)
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN