JUDY LOHMAN
VAN HARTE WELKOM
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN

Gezichtsbedrog in Casarabonela (Zuid Spanje)




 
Het gebeurde enkele jaren geleden. In 2007 om precies te zijn, tijdens de eerste reis door Europa. Met ons hoofd in de nek staarden we naar de hemel. Het ding hing bewegingloos boven ons. Een ufo. Tenminste, dat daar leek het verdacht veel op.
Ee reden vanuit de stad Antequera via de oude handelsroute naar het westen met de bedoeling om in de buurt van Ronda een plaats te vinden. Slingerend kwamen we door het ooit Moorse dorpje Casarabonela dat achteloos tegen een bergwand aangeplakt was. De wand leek een beschermende arm om het dorpje te slaan. Het was een leliewit dorpje, zoals de meeste in Andalusië. Charmant en verleidelijk. Als een eenzaam, blank mooi meisje op het verlaten platteland. Een smal ongeplaveid landweggetje, net na het dorpje, trok onze aandacht. Iets lager gelegen lag een plateautje met een werkelijk formidabel uitzicht op Casarabonela. We vroegen een passerende boer om toestemming. Hij bestudeerde ons aandachtig, stelde enkele kritische vragen waaronder het bekende ‘alstublieftgeenvuurverzoek’ en gaf ons uiteindelijk zijn zegen, voordat hij weer verderslofte. We hebben twee weken op deze verscholen plek gestaan, waarin we behalve het Spaans vanuit een hangmat probeerden te leren, ook op jacht gingen naar een huis.



Tja, wat ons bezielde weten we nog steeds niet. Maar opeens was het heilige vuur in ons neergedaald en hadden we de onwrikbare gedachte dat wij hier, in deze fabelachtig mooie streek, een tweede huis, een heuse finca zouden moeten hebben.
  Logisch was deze gedachtegang natuurlijk niet, met de grote vrachtauto als rijdend huis onder handbereik. Maar hup, daar gingen we. Naar de plaatselijke makelaar, nou ja, één van de vele buitenlandse. We kwamen erachter dat Casarabonela niet zo eenzaam was, maar ondertussen gestalkt werd door vele Engelsen. Dat Spaanse lesboek konden we wel in de hangmat achterlaten. De Engelsen kochten als rijpe vruchten de finca’s rond het dorp op, vaak zelfs ongezien. ‘Oh dear, I didn’t have time to have a look, so I just took what he offered,’ hoorden we een dame met fluorescerend haar tegen haar vriendin zeggen op een terras terwijl ze haar lippen aan een cocktail zette. Ze pochte daarna nog over de goede bereikbaarheid met het vliegtuig vanuit Malaga en de volgeladen hypermarches.
Uiteindelijk belandden we in de handen van John, een neergestreken gepensioneerde Engelsman die zijn makelaar vrijwillig een handje hielp. Wilde hij zijn huwelijk ontvluchtten, zijn verveling bedwingen of waren het louter charitatieve beweegredenen dat hij ons rondreed? In die twee weken kwamen we daar niet achter, maar wel wat een aangenaam gezelschap die John bood. Voorzien van een dosis humor zoals alleen Engelsen dat hebben. En zo polite. John reed ons met zichtbaar plezier langs diverse finca’s, die wij volgens zijn makelaar ab-so-luut moesten zien. En we moesten er snel bij zijn, die kreet lag de makelaar bij elk object bestorven voor in zijn mond voordat hij ons uitwoof. Het leken wel vijf minuten voor sluitingstijd van de drie dwaze dagen van de Bijenkorf.


John mompelde in de auto soms iets tegenstribbelends. Sijpelde daar een zweem van spijt door? Het was wel een hele Engelse kolonie hier, bekende hij en vervolgde met de droge constatering dat de immigranten niet altijd zijn keuze waren. Spaans was echt te moeilijk voor hem, vervolgde hij en trouwens die Spanjaarden waren niet zo toeschietelijk als hij eerst had gedacht. Hij wapperde met zijn hand de denkbeeldige stugge Spanjaarden weg, zo het raam uit. En de finca’s? Neem nu deze. Hij wees op de villa, hoog op een heuvel waar een Deens echtpaar vijf jaar geleden was gaan wonen en die volgens zijn makelaar een opportunity was. Het stond op ons to-do-lijstje. Wat was er dan mee, vroegen we verwonderd. Het zag er van afstandje toch zeer aantrekkelijk uit. Met een beetje fantasie kon je er iets van Hollywood in ontdekken. Een bevallig wit burchtje met een tapijt van olijfboomgaarden als rode loper. Het huis van buiten ademde nieuw geld uit. ‘Wacht maar tot je binnen bent,’ voorspelde John sombertjes en sloot de portieren. Met verrassend soepele tred klom hij het weggetje omhoog. Wij volgden dociel. De bel was nog niet eens volledig ingedrukt of de deur werd al opengedaan. Een ascetische boomlange man met een grillige baard verwelkomde ons en trok ons nagenoeg naar binnen. Aan zijn voeten droeg hij gesokte sandalen. Als een bescheiden schaduw stond zijn vrouw achter hem. Ze glimlachte alsof ze onze komst niet kon geloven, haar hand een vochtig vogelklauwtje in de onze.

De man bleek een enthousiaste doe-het-zelver en dol op schrootjeshout te zijn. Het begon al in het halletje. We bevonden ons nagenoeg in een saunaruimte, het plafond drukte naargeestig op ons. Alsof het ons wilde waarschuwen niet verder te lopen, maar de boomlange eigenaar reigerde al voor ons uit. Zijn woonkamer, inderdaad beschroot, had de sfeer van een blokhut in de Appalachen. Zelfs de geweien ontbraken niet. Daar konden we toch wel doorheen kijken, vroeg de man toen hij onze gedachten las. Die schrootjes konden met een lik verf, wit bijvoorbeeld, best blijven zitten. Hij ratelde verder. Over de vele uren die het verbouwen hem gekost heeft. John had ons in de auto al verklapt dat de Deen dit optrekje voor nog geen ton had gekocht en sindsdien nauwelijks meer in het dorp was gesignaleerd. De Deen opende zijn slaapkamer, nog meer schrootjes, we begonnen er al aan te wennen. Het uitzicht vanuit de slaapkamer was adembenemend, we konden het niet anders omschrijven, maar waarom had hij nou juist aan de mooiste kant zijn slaapkamer gepland? Zijn schaduw kuchte alsof ze onze vraag wilde retoucheren. De Deen keek inderdaad verbolgen. Hadden we dan niet door dat de woonkamer een sfeervol besloten ruimte was? Zijn arm beschreef cirkels. Daarna hield hij een verhandeling over de geborgenheid, dat de woonkamer de baarmoeder van het huis is. Zijn vrouw ging steeds ongemakkelijker kijken, John zag eruit alsof hij zo door de plankenvloer kon verdwijnen. Maar de Deen was onverzettelijk. Hij nam ons mee, beende dwars door de woonkamer, waar hij nog een keer de warmte van de moederschoot benadrukte, en kwam uit op de badkamer die verrassend genoeg gereduceerd was tot een pijpenla. Waarom zo smal, vroegen we beduusd. Er konden nauwelijks twee mensen tegelijk in. We stonden in ganzenpas achter elkaar, de Deen voorop. We hadden het zicht op een treurig wastafeltje met een verweerd spiegeltje en een sombere toiletpot. Hij was van mening dat een mens niet te lang in een badkamer moet doorbrengen. Eén keer per week wassen was volgens hem meer dan voldoende, hij wees op de douche die aan het eind van de pijpenla achter een plastic gordijntje verscholen was. Een natuurlijke weerstand is de beste remedie tegen ziektes. Zijn armen wiekten door de ruimte toen hij voordeed hoe vluchtig hij zich waste. Zijn lichaamsgeur onderstreepte zijn betoog. Onwillekeurig deinsden we achteruit en dreven de schaduw en John de woonkamer in. We hadden nog een vraag. Waarom was de badkamer niet aan de slaapkamer gekoppeld? Het leek ons, zachtjes geformuleerd, onhandig om steeds een oversteek door de woonkamer te moeten maken om naar de badkamer te gaan. De Deen schudde zijn hoofd nog voordat we uitgesproken waren. Een gezonde blaas was volgens hem voldoende uitgerust om zonder problemen acht uur slaap te volbrengen. Kritisch bekeek hij ons. We kregen natuurlijk ter plekke aandrang.

De Deen nam ons vervolgens mee naar de keuken waar een deel van de oorspronkelijke badkamerruimte in was opgenomen. Inderdaad, ook in de keuken waren de schrootjes doorgedrongen. Als een acrobaat opende hij de kastjes en laatjes. De laatjes lieten zich met moeite openen; een stroef geluid begeleidde zijn handelingen. We hoorden hem diverse keren bijenwas mompelen en zagen hoe hij een opdrachtgevende blik richting zijn vrouw wierp. Ze knikte nerveus.

Buiten op het terras misten we iets. ‘No swimming pool?’ vroegen we ongelovig en keken om ons heen of er uit een onverwachte hoek toch nog iets glinsterde. Het motief hadden we kunnen bedenken toen we de blokhut iets verderop ontdekten. Het was een buitensauna, door hem persoonlijk gebouwd, met daaraan gekoppeld een sobere buitendouche. Alleen koud water en vluchtig wassen, meldde hij ten overvloede. Zijn armen wiekten weer.




Het uitzicht vanaf het terras - waar een stevige föhnwind onze woorden door het luchtruim joeg - was folderachtig. In de verte zagen we Casarabonela liggen, nog even verleidelijk als altijd. Voorzichtig vroegen we hem of de vraagprijs klopte. Anderhalf miljoen euro? Was dat echt de prijs? De Deen snoefde dat het een koopje was. We keken nog eens naar Casarabonela en zagen opeens dat er een ufo was verschenen. Of was het de huizenzeepbel die in de lucht hing?

 De wolk is een zogenaamde lenticularis of ook wel lenswolk. Door de luchtlagen hoger in de atmosfeer koelen de stijgwinden af en raken verzadigd met waterdamp. Lenswolken kunnen duiden op snelle stromingen in de hogere luchtlagen of plotselinge toename van de wind op een bepaalde hoogte. Lensvormen doen zich in de bergen vaak voor bij föhnwinden en bij mooi-weersituaties. Ze zijn echter geen voorbode van mooi weer, vaak wordt het daarna minder fraai en kan er zelfs regen vallen (bron: Wikipedia, zie ook: http://www.knmi.nl/cms/3857/lenticularis)      
Gezichtsbedrog in Casarabonela (Zuid Spanje)
Een mobile home in Cambodja
Bonnie Prince Charlie
Poezen mee op reis
Maremma: het onbekende Toscane
Het Lourdes van Italië
Yorkshire horseracing
De Kees van Dongen van Zweden
Bolsena een bloemenwonder in Lazio (Italië)
De Quintana (De Marken)
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN