JUDY LOHMAN
VAN HARTE WELKOM
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN

ZUZU EEN DOCHTER IN EEN PRESSURE COOKER






ZuZu is een straatarm, maar energiek jong meisje uit Myanmar (Birma). Ze heeft drie maanden op uitnodiging van Judy Lohman in Nederland gewoond. In eerste instantie leek het uitnodigen van een wildvreemd meisje dat nauwelijks Engels spreekt en afkomstig is uit een complex ontwikkelingsland als Myanmar een onhaalbaar idee. Slechts druppelsgewijs lukt het mensen om uit dit tot voor kort gesloten land naar het buitenland te reizen. Waarom heeft het echtpaar haar uitgenodigd? Was het wel zo’n goed idee? Hoe is haar verblijf in Nederland gegaan? Deze beeldende novelle neemt u mee naar het antwoord. ZuZu’s verblijf is niet gemakkelijk geweest, vooral niet voor haar, maar ook niet voor het kinderloze echtpaar dat opeens een dochter in huis had. Het boek schetst een indringend beeld van de ervaringen van het echtpaar en van het meisje dat tijdelijk in een westerse maatschappij en in een vreemd gezin terecht komt.

(*)
Het boek gisteravond in één ruk gelezen. De open en eerlijke beschrijving van ontmoeting/samenzijn met ZuZu raakte me en de afwisseling van schijvers' ervaringen met die van ZuZu vond ik verfrissend. 

Verkoop gedrukte boek (reeds tweede druk) via: Boekhandel De Vries Boeken te Haarlem. Ebook via dertig sites o.a. Amazon en Ebook.nl

 

UIT: ZuZU Een dochter in een pressure cooker

1 . Weesouders

 

Gehaast schuifelen mensen langs ons heen. De vertrektijd van haar vlucht naar Bangkok is ongewijzigd. Helaas. Wat extra tijd samen, al waren het maar een paar schaarse minuten, is ons niet gegund. De lucht is gevuld met verwachtingen, met gedachten die al verder zijn dan het heden. ZuZu’s voetstappen naast ons klinken dapperder dan ze is. De mensen stromen samen in de fuik voor de douane en komen tot stilstand. Bij haar aankomst duurde het uren voordat de douane ZuZu in Nederland toeliet. Alleen onder strikte voorwaarden mocht ze ons land in. Als een ongewenste vreemdeling werd ze urenlang ondervraagd, ondanks het Schengen visum dat ze in Myanmar had verkregen. Nu, drie maanden later, staat ze weer in de rij, met een formulier van de vreemdelingenpolitie op zak. Ditmaal richting exit. Verderop zit een douanier geconcentreerd elke passagier te wegen en te beoordelen. Zijn ogen scannen elk persoon op zoek naar eventuele misdadigers. Plotseling keert ZuZu zich naar ons om, werpt zich op haar knieën en buigt haar voorhoofd enkele malen naar de grond. ‘Kom, sta maar op,’ murmelen we en proberen haar weer overeind te krijgen. Hoeveel voetstappen zijn er wel niet over deze beduimelde vloer gegaan? Verlegenheid wisselt zich af met compassie en wrikt aan onze met moeite ingehouden tranen. Maar zoals we ondertussen weten, is ZuZu, als zij iets in gedachten heeft, daar moeilijk vanaf te brengen. Ze vouwt haar handen in een bidstand en prevelt dankbetuigingen. Haar voorhoofd buigt zich diverse keren naar de vloer. Mensen glijden ondertussen langs ons heen. We voelen ellebogen in onze rug prikken en jassen en tassen scheren langs ons heen. De passagiers werpen nieuwsgierige blikken op dit tafereel. ZuZu gaat onverdroten verder met haar dankbetuiging, zich onbewust van het ongewone schouwspel dat ze de mensen verleent. Die hebben hun leed, zoals het hoort, reeds achter de hekken geleden. Wij mogen in deze rij helemaal niet zijn. Ondertussen heeft één van ons ZuZu weer op haar benen gekregen. Tranen nemen de plaats in van woorden. Van beide kanten. Hoe nu verder? Wij fungeren als een lastige stop, de rij achter ons wordt ongeduldig en mort, ook al is het drama tastbaar. Voor afscheid nemen is hier geen plaats. Met tegenzin glijden we mistig en langzaam maar onmiskenbaar verder. Verrassend snel, te snel eigenlijk, staan we oog in oog met de ambtenaar. Hoe vaak maakt hij dit mee op een dag? We durven het hem niet te vragen. Het is een jonge knul, hooguit vijfentwintig jaar, met kortgeschoren haren. Zijn gezicht staat op ‘niet storen’. Is zijn onweersbui het gevolg van zijn dagelijks werk? Of heeft hij soms ruzie met zijn vriendin? Het hoopje ellende naast ons biedt met schuchtere hand het vereiste papier van de vreemdelingenpolitie en haar paspoort aan. Hij bestudeert het visum in het paspoort, telt op zijn vingers tot drie, het aantal maanden dat zij hier maximaal mag zijn; telt nog eens nauwkeurig de dagen na, negentig dagen om precies te zijn. We weten het, haar verblijf valt precies binnen de toegestane periode, geen uur over tijd. Nog steeds geen woord. Wij kijken zwijgend toe. Een snik naast ons wordt gesmoord in de kraag van haar trui. Zijn mond een streep, zijn hand resoluut, tjak, daar wordt de gewenste stempel in ZuZu’s paspoort gezet. Het retourformulier van de vreemdelingenpolitie dan? Dat ligt nog steeds maagdelijk naast hem. Hij zal het toch niet vergeten? Het visioen van een ons stalkende vreemdelingenpolitie verschijnt op ons netvlies. Drie maanden geleden hadden ze gedreigd, voorspeld dat ‘deze mensen’ zo door het wc-raam verdwijnen om vervolgens een uitkering aan te vragen. We hadden ons garant moeten stellen voor alle kosten die eventueel door de gemeenschap zouden worden gemaakt. Met enige schroom vragen we er beleefd naar. Een afgemeten ‘ja, ja’, is het enige dat we van hem te horen krijgen. Gevolgd door een ongeduldige waaihand in de richting die wij moeten gaan. Terug achter de hekken. ZuZu’s ogen glanzen mistroostig. ‘Already finished?’ vraagt ze ongelovig. De traumatische herinnering aan haar entree in ons land is blijkbaar nog diep in haar geheugen geëtst. Verbouwereerd stapt ze verder, richting vertrekhal. Wij wurmen ons tegen de richting van de rij in, terug naar de hekken en turen daarna in de verte. Daar staat ze, een tenger, jong meisje van iets meer dan anderhalve meter, dat de afgelopen maanden ons leven overhoop heeft gegooid. Een hand klieft aarzelend door de lucht. Dan lost het stipje langzaam op in de grijze reizigersmassa. Gelukkig draagt ze een frambozenrood jack. Ze kijkt nog een keer om voordat ze definitief uit ons oog verdwijnt. Dit was het dan. We turen nog even, maar tevergeefs. Opeens zijn we weesouders.

Meer lezen?
Koop dan het boekje en steun daarmee ZuZu.

 

 

 

PROJECT EVA
GETEKEND
HET ONBEKENDE ITALIË
DE LAATSTE DAG VAN DE STRUISVOGEL
GRATIS
HOW DID YOU FIND US?
ANDERS DAN ANDERS VERHALENBUNDEL
ZUZU EEN DOCHTER IN EEN PRESSURE COOKER
HOMEBLOGOVER JUDY LOHMANONZE BOEKENVEEL GESTELDE VRAGENKOPENCONTACTCOLUMNSLINKSVOOR HET GOEDE DOELREISVERHALENEBOOK GRATIS DOWNLOADEN